Aangepast spelen: Meer dan praktische aanpassingen

Buitenspelen is belangrijk voor een goede ontwikkeling van kinderen. Het maakt ze blij, prikkelt hun fantasie en laat ze zich vrij voelen. Hartstikke belangrijk, óók voor kinderen met een beperking. Onderzoek toont aan dat ze zich door buitenspelen ontwikkelen op motorisch, cognitief en sociaal-emotioneel vlak. Toch, zegt de Speeltuinbende, zie je kinderen met een beperking bijna nooit in de speeltuin. Zelfs al worden er aanpassingen gedaan, zodat ook zij mee kunnen spelen. Hoe komt dat? Twee studenten van de Hogeschool Utrecht (HU) zochten het uit.

Lonneke van Engelen en Maarten Ebbers volgen de Masteropleiding Fysiotherapie aan de HU en hebben zich gespecialiseerd in Kinderfysiotherapie. Samen met de Speeltuinbende stuitten ze op de vragen: Wat houdt kinderen (2 tot 12 jaar) met een beperking tegen om naar de speeltuin te gaan? Wat stimuleert ze juist? En hoe kunnen we ze actiever mee laten spelen met andere kinderen? Om hier antwoord op te krijgen hebben ze onder leiding van Manon Bloemen (senior onderzoeker van het Lectoraat Leefstijl en Gezondheid) interviews afgenomen met ouders en professionals.

Moeite om aansluiting te vinden


Maarten sprak een aantal ouders. Zij bevestigen dat de fysieke toegankelijkheid van speeltuinen van betekenis is, maar benoemen dit niet als belangrijkste factor. Kinderen met een beperking worden door anderen vaak als vreemd gezien en hebben daardoor moeite om aansluiting te vinden. En dat sociale aspect, dat is waarom ze soms liever gewoon thuis spelen. Dit komt onder andere doordat er weinig kinderen met een beperking in de speeltuin spelen. Andere kinderen zijn er niet aan gewend en weten niet hoe ze met het kind kunnen spelen. Daar ligt een grote uitdaging. Het normaliseren van kinderen met een beperking vinden ouders zelfs zo belangrijk dat ze aangeven dat hier reclame voor moet worden gemaakt.

Samen is fijner dan alleen


De oplossing lijkt simpel; veel meer kinderen met een beperking al vanaf jonge leeftijd aan het spelen in de speeltuin. Maar dat is zo eenvoudig nog niet. Professionals vinden dat er al vanaf 2-jarige leeftijd in de speeltuin moet worden gespeeld. “Maar ouders zijn er emotioneel vaak nog niet aan toe, omdat ze nog bezig zijn met de rouw, verwerking en acceptatie van het feit dat hun kind een beperking heeft”, zegt Lonneke. Ook zien ze niet altijd de mogelijkheden voor hun kind om vrij te gaan spelen en maken ze zich druk over wat anderen denken. Het gevoel te worden aangestaard herkennen veel ouders.


Op latere leeftijd merken ouders dat hun kind weinig vrienden in de wijk heeft, doordat de speciale school buiten de wijk zit. Een professional vertelt: “Ik heb een paar kinderen in behandeling die eens per week naast het speciaal onderwijs naar een gewone school gaan. Hun ouders zeggen allemaal dat er meer gespeeld wordt in de buurt.” Een kind kan daarnaast ook met een ander gezin of een speelmaatje (vanuit eigen netwerk of vrijwilligersproject) uit spelen gaan. “Een speelmaatje erbij maakt het makkelijker om contact te maken met andere kinderen en om zich gelijk te voelen aan de rest.”

Zelfstandigheid


Eenmaal in de speeltuin merken daarnaast zowel ouders als professionals dat er tegenover kinderen met een beperking te vaak een beschermende houding wordt aangenomen. Ouders durven hun kind niet goed los te laten en leren het kind daardoor te weinig om zelfstandig te zijn. “Ze zoekt kindjes van vier nu wel op maar ze zal niet vragen: ‘Mag ik mee spelen?’ Ze wacht gewoon… totdat ze een aanbod krijgt, of ze toch stiekem een schepje mee kan pakken”, aldus een ouder. Het is bevorderlijk voor het speelplezier in de speeltuin als kinderen leren sociaal vaardig te zijn, goed voor zichzelf op te komen en zelf spel te initiëren.


Om dit te stimuleren is een mogelijke oplossing dat een professional meegaat naar de speeltuin om ook daar het kind en de ouders te coachen. Lonneke: “De therapie is nu nog onvoldoende gericht op het participeren met je kind met een beperking in de samenleving.” Als ouder en kind eerst onder begeleiding een speeltuin bezoeken, raken beiden vertrouwd met de omgeving en de toestellen. Dit maakt het voor ouders makkelijker om het kind er zelfstandig op uit te laten trekken. En zo krijgt het kind meer vertrouwen in zijn eigen kunnen.

Rol van omstanders


Niet alleen de ouders zelf, ook omstanders zijn te beschermend. Zelfs al komt dat vaak voort uit goede bedoelingen: “Kijk uit hij is gehandicapt” of “Oh, ik help je wel even”. Ook dit stigma moet aangepakt worden, vinden de professionals. Door betere voorlichting en een betere mix van normaal ontwikkelde kinderen en kinderen met een beperking op speelplekken, dagopvang en scholen. Professionals: “Kinderen die opgroeien met een kind met een beperking, zien de beperking niet als zodanig, maar zien gewoon het kind.”
Joep rolt door de speeltuin, van de zandbak helemaal naar het klimrek aan de andere kant. Zijn handen raken het koude ijzer en behendig draait hij zijn wielen rond. Met een grote glimlach en vol trots rijdt hij de brug van het toestel op, helemaal tot aan de top. “Yes, eerste!!”, roept hij, terwijl hij zijn gebalde vuist de lucht in vuurt. Een heleboel zeepbellen komen vanaf de grond omhoog gevlogen. Ersin is uit de speelrolstoel geklommen en blaast de bellen nu in rap tempo voor zich uit. Snel rolt Joep weer naar beneden. “Haha, ik ga ze lek prikken!”, roept hij.

Praktische belemmeringen


- Een ongeschikte ondergrond (zand, houtsnippers)
- Geen invaliden parkeerplek
- Onvoldoende toegankelijkheid (ondergrond, hekjes, roosters)

Praktische bevorderingen 


- Goede ondergrond (rubbertegels, kunstgras)
- Toestellen met kleine stappen en laag valrisico
- Speelrolstoel waar normaal ontwikkelde kinderen mee kunnen spelen
- Evenementen met sport en spel voor kinderen met een beperking

Sociale belemmeringen


- Omstanders zijn niet gewend om met een kind met een beperking om te gaan
- Het kind is erg afhankelijk van ouders (te beschermend opgevoed)
- Het kind kent buurtgenoten niet

Sociale bevorderingen


- Ouders en professionals zijn zich bewust van belang spelen en sociale belemmeringen
- Ouders durven het kind los te laten
- Stigmaverandering in de maatschappij
- Het kind kent de kinderen uit de buurt (gaat naar reguliere school)
- Het kind heeft een speelmaatje
- Het kind komt van jongs af aan al in de speeltuin
- Professional is competent in het begeleiden van spelen en inclusie
- Professional coacht het kind en ouder(s) in de speeltuin